Veelgestelde vragen Actueel Contact Login JOGG-gemeenten

Jongeren Op Gezond Gewicht - artikel in VNG Magazine

Gepubliceerd op: 22-4-2011

In Frankrijk zijn gemeenten succesvol met het voorkomen van overgewicht en obesitas bij kinderen. Het Franse voorbeeld krijgt internationaal navolging – in België, Spanje, Griekenland en sinds kort in Nederland. Zes gemeenten mogen zich nu al ‘JOGG-gemeente’ noemen: Jongeren Op Gezond Gewicht.

Roubaix, stad in Noord-Frankrijk met ongeveer 100.000 inwoners. Vooral bekend als finishplaats van de wielerklassieker Parijs-Roubaix. Sinds 2001 profileert het zich als stad van kunst en geschiedenis, een dappere poging om de grauwe sluier die over de stad ligt af te werpen. Roubaix is een arme stad, met veel immigranten en een torenhoge werkloosheid van 28 procent. In wielertermen: de hel van het Noorden.

Een stad ook met heel veel (te) dikke kinderen. Maar dat is aan het veranderen. Roubaix was een van de tien Franse steden die in 2004 begonnen met EPODE, een brede lokale aanpak om overgewicht bij kinderen én volwassenen terug te dringen. Kinderen wordt een gezonde leefstijl aangeleerd en tegelijkertijd worden hun ouders enthousiast gemaakt. EPODE staat voor Ensemble, Prévenons l’Obesité Des Enfants – Laten we samen obesitas bij kinderen voorkomen. Op lokaal niveau gaat dit initiatief de strijd aan met overgewicht onder jongeren en betrekt hierbij de hele sociale omgeving: gezin, school, gezondheidszorg, sportverenigingen, bedrijfsleven, lokale politiek. De gemeente verbindt zich aan een langjarige integrale aanpak, waarbij zij de eindverantwoordelijkheid voor de aansturing en uitvoering op zich neemt. Van essentieel belang is de samenwerking tussen publieke en private partners.
De resultaten van EPODE zijn opmerkelijk. In de tien pilot-steden daalde het percentage kinderen met overgewicht of obesitas, óók in de achterstandswijken – tegen de landelijke trend in.

Olievlek
Het succes van EPODE bleef niet onopgemerkt. De groep van tien steden (2004) is in Frankrijk als een olievlek uitgegroeid tot 226 steden (2010). Internationaal rukt de methode eveneens op. In Spanje doen nu 38 gemeenten mee, in België 16 en in Griekenland 13. En sinds vorig jaar kent EPODE een Nederlandse variant, JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht). De zes JOGG-gemeenten hier zijn de vier grote steden, Zwolle en Veghel. Daarnaast heeft de provincie Drenthe zich aangesloten. Veghel, dat is toch de stad waar de grootste chocoladefabriek ter wereld staat? Wat Philips is voor Eindhoven, is Mars voor Veghel. Toch, ondanks die verleiding dicht bij huis, ligt het percentage te zware jongeren in Veghel onder het Nederlands gemiddelde. Dat was voor de gemeente geen reden om achterover te leunen. ‘Ook voor de jongeren die in Veghel wonen is het van belang om een gezond leefpatroon na te streven. Alleen op die manier blijft het probleem van overgewicht en obesitas in de toekomst beheersbaar’, staat in het Plan van Aanpak JOGG Veghel.

Mars
Ellen van den Boogaart, projectmanager van JOGG Veghel, ziet de aanwezigheid van Mars zelfs als een voordeel. Mars is ook partner van EEN, het Europese EPODE Netwerk waarin Frankrijk, Spanje, België, Griekenland en Nederland gezamenlijk optrekken – evenals Ferrero, Nestlé en Orangina Schweppes. Van den Boogaart: ‘In Veghel doet niet alleen Mars mee, ook de Sligro, de Jumbo en de cateringbedrijven Maison van den Boer en Hutten Catering. Die publiek-private samenwerking is een van de pijlers onder het succes van EPODE en JOGG. Niet alleen zorgt het voor meer kennis, het is ook goed voor de duurzaamheid van het programma omdat we een meerjarige betrokkenheid vragen. De expertise en kennis van de private partners worden gebruikt om de doelgroep beter te kunnen bereiken, bijvoorbeeld door de sociale marketing.’

Convenant
JOGG is onderdeel van het Convenant Gezond Gewicht, een samenwerkingsverband van 27 partijen die zich gezamenlijk inzetten voor de aanpak van overgewicht en obesitas. Voorzitter van het convenant is Paul Rosenmöller, tevens ambassadeur van JOGG.
Gemeenten zijn bij uitstek het niveau om het probleem aan te pakken, zegt onderzoeker Jo van Assche van de Universiteit van Gent. ‘Nu zien ze het misschien niet zo als hun verantwoordelijkheid, maar dat komt nog wel. We zagen het in de jaren zeventig en tachtig toen thema’s als afvalscheiding, verkeersveiligheid en betaalbare huisvesting voor lokale politici nog geen onderwerp waren in de gemeenteraden. Nu staan ze hoog op de lokale agenda’s. Als een probleem groot genoeg wordt, volgt altijd een politieke respons.’

Leerstoel
Die respons is er in Zwolle al. Gemeente, gezondheidszorg en wetenschap hebben daar de handen ineengeslagen om beleid, praktijk en onderzoek met betrekking tot het voorkomen van overgewicht onder kinderen handen en voeten te geven.
Programmamanager Ingrid Bakker is parttime werkzaam bij de gemeente, het andere deel van de week werkt ze samen met lector Joop ten Dam, die aan de plaatselijke hogeschool Windesheim de leerstoel ‘De Gezonde Stad’ bekleedt. Bakker: ‘Wij richten ons specifiek op twee achterstandswijken, Holtenbroek en Diezerpoort. We betrekken de bewoners intensief bij het beleid. Zij brengen ideeën in en we maken samen met de bewoners plannen. Het moet van onderop komen.’

Enthousiast
Lector Joop ten Dam weet nog hoe het begon: ‘Ik heb wethouder Erik Dannenberg een keer meegenomen naar een EPODE-congres in Brussel. Daar is hij enthousiast geworden door de verhalen van zijn collega’s. In Zwolle heeft hij het toen in het college op de agenda gezet. Een collegebreed gedragen plan is noodzakelijk, je bent van iedereen afhankelijk. Het is niet alleen een zorg voor de portefeuillehouder jeugd, of openbare gezondheidszorg, maar ook van onderwijs, welzijn, ruimtelijke ordening. Er zijn in Zwolle heel wat muurtjes tussen beleidsafdelingen gesneuveld. Met succes, want het programma heeft vorig jaar de verkiezingen overleefd en staat nu weer gewoon in het coalitieakkoord. Er was geen discussie over.’

KADER 1
De pijlers onder JOGG
Samenwerking met private partners is een van de vier pijlers van de EPODE-methodiek. De andere pijlers zijn politiek draagvlak, wetenschap en sociale marketing. Het Nederlandse JOGG-programma heeft daar een vijfde pijler aan toegevoegd: de verbinding tussen preventie en zorg.
De vijfde pijler is nodig, omdat er in ‘ziektemanagement’ een directe relatie ligt tussen preventie, screening en genezing – zegt onderzoeker Tommy Visscher, die zich voor de VU en de Hogeschool Windesheim bezighoudt met preventie van obesitas. Visscher, lid van de Wetenschapscommissie van het Europese EPODE Netwerk EEN, wijst op de omvang van het probleem in achterstandswijken. ‘Daar komt drie keer meer overgewicht voor dan in de “betere” wijken’, zegt hij. ‘Zorgprofessionals kunnen overgewicht in een vroeg stadium signaleren en door preventie en zorg goed op elkaar af te stemmen, komt de zorg die jongeren nodig hebben direct op de goede plek terecht.’
De JOGG-aanpak is gericht op een effectief en duurzaam beleid, waarin lopende interventies en activiteiten kunnen worden ingepast. ‘Het is een aanpak die in samenwerking met alle partijen wordt opgezet, wordt uitgevoerd in een langere periode en als paraplu zorgt voor de onderlinge samenhang’, zegt landelijk JOGG-coördinator Daphne Ketelaars. ‘JOGG is bewezen effectief. In Frankrijk wordt met deze aanpak de stijging van overgewicht en obesitas bij jongeren omgezet in een daling.’
Ook in Nederland zijn al successen behaald. In de Utrechtse wijk Overvecht daalde het percentage overgewicht onder jongeren in vier jaar van 27 naar 20 procent.

KADER 2
Alleen samenwerking lost het probleem op
EPODE en JOGG kunnen niet zonder publiek-private samenwerking (pps). Dat die pps-constructie op internationale schaal vorm krijgt door de medewerking van bedrijven als Mars, Nestlé, Ferrero en Orangina Schweppes lijkt op het eerste gezicht vreemd. Christina Drotz-Jonasson van Nestlé zegt dat de bedrijven niet meewerken met marketing als oogmerk. ‘Wij doen mee, omdat wij denken dat iedereen beter af is in een gezonde samenleving. Health is wealth. Dus ook Nestlé is hier bij gebaat. Wanneer je als bedrijf snel wilt scoren, dan moet je hier geen partner van willen zijn. Het langetermijn-perspectief is heel belangrijk.’
Allessandro Cagli van Ferrero International voegt daaraan toe: ‘Het is een onderwerp met heel veel factoren en zowel de publieke als de private sector heeft een rol te vervullen. Waar het om gaat, is dat we met z’n allen de middelen en de kennis bij elkaar weten te brengen. Wij voelen ons verantwoordelijk voor de gezondheid van kinderen en wij denken dat wij een onderdeel kunnen zijn van de oplossing van het probleem.’
Sylvie Chartron van Mars Chocolat France zegt: ‘Alleen door samenwerking is het probleem op te lossen. Het is te groot om het alleen te doen, voor zowel de overheid als het bedrijfsleven. Wij doen het zeker niet om ons minder schuldig te voelen over onze producten. Mits met mate geconsumeerd, passen suikerproducten perfect in een uitgebalanceerd voedingspatroon. En Mars maakt niet alleen chocoladerepen, wij produceren ook rijst, graanproducten en sauzen. En wij houden van succesverhalen. EPODE is een succes, daar wil Mars graag deel van uitmaken.’
De Nederlandse variant JOGG heeft als landelijke partners Albert Heijn, Albron, Nutricia, Unilever, FrieslandCampina en zorgverzekeraar ZilverenKruis Achmea.
De bedrijven mogen op productniveau geen goede sier maken met hun betrokkenheid. Hun logo’s staan wel op de brochures en op de websites van JOGG, maar andersom mogen zij op hun producten hun betrokkenheid niet uitdragen. Ook niet op lokaal niveau. Zo zal Jumbo in Veghel in zijn reclamecampagnes niet actief mogen uitdragen dat de supermarktketen bijdraagt aan een gezonde gemeente. Programmamanager Ellen van den Boogaart van de gemeente Veghel: ‘Daar vragen ze ook niet om. Overigens moet je je niet te veel voorstellen bij hun financiële bijdrage aan het programma. Veel belangrijker is dat zij altijd aan tafel zitten en meepraten en -denken. Bijvoorbeeld over sociale marketing: hoe brengen we een boodschap over op een groot publiek? Daar hebben zij meer ervaring mee dan de gemeente en die kennis willen ze graag met ons delen.’

Vindplaats: VNG Magazine nr. 8, 15 april 2011, pagina 11