Een gezonde jeugd. Dat is wat we willen in Nederland. Overgewicht is echter een groeiend probleem onder jongeren. Ongeveer 1 op de zeven jongens en 1 op de zes meisjes heeft overgewicht. In sommige wijken is dat zelfs al 1 op de 3 kinderen! Ouders maken zich zorgen, maar weten niet altijd hoe ze het moeten aanpakken. Jongeren op Gezond Gewicht, JOGG, is een lokale, intersectorale aanpak die bewezen effectief is om de stijging van overgewicht bij jongeren om te zetten in een daling.
JOGG zet zowel jongeren als hun ouders centraal om deze trend te doorbreken. Voldoende bewegen en gezonder eten wordt de norm. Iedereen in een JOGG gemeente zet zich hiervoor in, van sportclub tot bedrijfsleven. De kracht zit in de gezamenlijke aanpak en het herhalen van dezelfde boodschap. Op school, op straat, in de supermarkt, maar ook thuis wordt het niet alleen leuker, maar ook makkelijker om gezonder te leven. Vooral de publiek-private samenwerking en sociale marketing maken JOGG sterk. Het is een langjarige aanpak die samen met alle partijen wordt opgezet. Het zorgt als een paraplu voor samenhang tussen alle verschillende interventies en activiteiten in een gemeente.
De ambitie van JOGG is dat Nederland de gezondste jeugd in Europa heeft. Het streven is dat er in 2015 75 JOGG gemeenten in Nederland zijn.
JOGG staat voor Jongeren Op Gezond Gewicht. Het is een intersectorale aanpak die bewezen effectief is om de stijging van overgewicht bij jongeren om te zetten in een daling. Voldoende bewegen en gezonder eten wordt de norm. Dit gebeurt in een JOGG gemeente. Daar is de gezonde keuze de meest eenvoudige keuze. Iedereen in zo’n stad, dorp of wijk zet zich hiervoor in.
Denk aan onderwijs, zorg, welzijn, wonen (sociale en fysieke omgeving), levensmiddelenaanbod, sport, recreatie en media. De belevingswereld van de jongeren staat hierbij centraal.
Voorbeelden een JOGG-gemeente in de praktijk:
Intersectoraal betekent dat een gemeente in haar lokale aanpak alle aspecten die bijdragen aan de voorkoming van overgewicht en obesitas een rol geeft: educatie, werken, wonen, sociale omgeving, fysieke activiteit, veiligheid van de woon/speelomgeving, gezondheidszorg, sportaanbod, levensmiddelenaanbod.
JOGG is een lokale aanpak om de stijging van overgewicht bij jongeren om te zetten in een daling. Voldoende bewegen en gezonder eten wordt de norm. De ambitie van JOGG is dat Nederland in 2020 de gezondste jeugd in Europa heeft. De doelstelling is dat er in 2015 75 JOGG gemeenten in Nederland zijn.
De JOGG-aanpak is gebaseerd op het succesvolle Franse Epode (Ensemble Prévenons l’Obésité Des Enfants, of “laten we samen overgewicht bij kinderen aanpakken”). klik hier voor de website van het Epode European Network
JOGG is gebaseerd op vijf pijlers: politiek bestuurlijk draagvlak, publiek-private samenwerking, sociale marketing, wetenschappelijke begeleiding en evaluatie en het verbinden van preventie en zorg. De eerste vier pijlers komen overeen met EPODE. De vijfde pijler ‘verbinding tussen preventie en zorg’ is in Nederland hieraan toegevoegd.
De kracht van JOGG is dat het bewezen effectief is. In Frankrijk wordt met een soortgelijke aanpak de stijging van overgewicht en obesitas bij jongeren omgezet in een daling. We hebben uit Frankrijk geleerd dat de aanpak steunt op vier pijlers en de samenhang daartussen, waarbij vooral de publiek-private samenwerking en sociale marketing JOGG sterk maken. In Nederland is daaraan de pijler ‘verbinding tussen preventie en zorg’ toegevoegd. JOGG biedt een aanpak gericht op een effectief en duurzaam beleid, waarin lopende interventies en activiteiten zijn in te passen. Het is een aanpak die samen met alle partijen wordt opgezet, uitgevoerd wordt in een lange periode en als paraplu zorgt voor samenhang tussen alle verschillende interventies en activiteiten. In Overvecht in de gemeente Utrecht zijn al goede resultaten behaald: het percentage overgewicht onder de jongeren is in 4 jaar gedaald met 7% (van 27% naar 20%).
Sociale marketing betekent het stimuleren van burgers en consumenten tot sociaal gewenst gedrag, met marketingtechnieken. ‘Gezondheid verkopen als een spijkerbroek’.
Uit onderzoek in gedragsverandering blijkt dat het inspelen op sociale normen goed resultaat oplevert en dat er veel vooroordelen en mythes bestaan rond ‘gezond gedrag’. Door in de huid te kruipen van de doelgroep kun je achterliggend barrières en motivatie van gedrag begrijpen en daar vervolgens op in spelen met sociale marketing technieken. Sociale marketing is een van de pijlers die JOGG zo krachtig maakt.
EPODE staat voor Ensemble Prévenons l’Obésité Des Enfants, ofwel: samen helpen we overgewicht bij kinderen te voorkomen. JOGG is gebaseerd op dit succesvolle Franse initiatief.
Dit programma startte begin jaren ’90 en heeft in verschillende EPODE-steden bijna een halvering van het aantal jongeren met overgewicht opgeleverd! In de Fransen dorpen waar het allemaal begon, Fleurbaix en Laventie, is dankzij de gezamenlijke lokale aanpak het overgewicht bij kinderen gedaald tot 8,8%. In omliggende dorpen was dit gestegen tot 17,8% . Opvallend: achtergestelde bevolkingsgroepen profiteerden in dezelfde mate als rijkere gezinnen.
Algemene gegevens:
In het buitenland werken Ferrero, Unilever, Orangina Schweppes en Carrefour samen met de Epode aanpak.
In Nederland is gekozen om breder dan alleen met de voedingsmiddelenindustrie samen te werken. JOGG werkt samen met bedrijven die beleid hebben op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en zichtbaar actief zijn op het gebied van gezondheid.
De JOGG-aanpak richt zich op jongeren van 0 tot 19 jaar en hun omgeving (ouders, school, fysieke omgeving etc.).
Het aantal kinderen met overgewicht neemt wereldwijd en ook in Nederland sterk toe. (Ongeveer 1 op de zeven jongens en 1 op de zes meisjes heeft overgewicht. In sommige wijken is dat zelfs al 1 op de 3 kinderen! ) Ernstig overgewicht en obesitas bij kinderen is een duidelijke risicofactor voor overgewicht en chronische ziekten bij volwassenen.
Voorbeelden van gezondheidsproblemen zijn: hart- en vaatziekten, diabetes type 2, orthopedische problemen, astma, vormen van kanker en psychische problemen als angst, depressie en negatief zelfbeeld.
Het verschilt per gemeente welke groepen extra prioriteit verdienen. Verschillen in typen bewoners of inrichting van de wijk vragen om een verschillende aanpak. Elke doelgroep gaat anders om met gezondheid en heeft andere voorkeuren. Afhankelijk van de context binnen de gemeente zijn bepaalde interventies effectiever dan andere, en moeten deze interventies gericht zijn op een specifieke doelgroep.
Van de Turkse jongens heeft 32,5% overgewicht of obesitas en 25,2% van jongens van Marokkaanse afkomst. Bij meisjes zijn de cijfers nog hoger: 31,7% van Turkse afkomst en 29,1% van de meisjes van Marokkaanse heeft overgewicht of obesitas. (CBS POLS, 2010)
Sociale marketing is belangrijk bij het bepalen van specifieke interventies van speciale doelgroepen: hoe verleid je een bepaalde doelgroep tot gezond gedrag? De ene groep kun je beter verleiden of stimuleren door campagne te voeren over besparing van kosten door gezond gedrag, de ander door de nadruk te leggen op gezelligheid, samen doen en gemak.
Het aantal kinderen met overgewicht en obesitas neemt wereldwijd toe, ook in Nederland. Bij kinderen is bij 14,5% (1 op 7) van de jongens en 17,5% (1 op 6) van de meisjes sprake van overgewicht (van den Hurk, 2007). JOGG wil de stijging van overgewicht en obesitas bij jongeren omzetten in een daling.
Het aantal kinderen van 0-20 jaar met obesitas is volgens CBS (2008,2009) 2-3 %.
In gezinnen met kinderen van 0 tot 4 jaar wordt vaak gedrag aangeleerd dat op latere leeftijd in verband staat met overgewicht. Hoe jonger je gezond gedrag aanleert, hoe beter!
Een op de zeven baby’s en peuters is te zwaar, terwijl dat tien jaar terug nog 1 op de tien was (Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2004)
In de wereldranglijst van obesitas in de wereld staat Nederland op nummer 20 (van de 29 onderzochte landen) met 10% obesitas (volwassenen en kinderen). In Europa staat Nederland op de 14e plaats van 29 onderzochte landen. (OECD Health Data 2005)
Cijfers van het WHO (2010) laten zien dat Nederlandse mannen (15 jaar en ouder) in de periode van 2000 tot 2009 gemiddeld op de 22e plek staat van 23 landen met een percentage van 8,6%. Nederlandse vrouwen (15 jaar en ouder) staan gemiddeld op de 19e plek van de 23 landen met 10, 8%.
Top drie landen zijn de Verenigde Staten, Mexico en het Verenigd Koninkrijk.
De beweegnorm van kinderen is minimaal 60 minuten per dag. In 2008 voldoet minder dan de helft van de Nederlandse jongeren (47%) aan de beweegnorm. Eén op de zes jongeren is inactief.
Uit onderzoek blijkt dat veel interventies niet werken omdat ze plaatsgebonden zijn, niet worden gecontinueerd en niet in samenhang worden uitgevoerd. Het bijzondere aan JOGG is de intersectorale en langjarige aanpak. Dat betekent dat een gemeente in haar meerjaren aanpak alle aspecten die bijdragen aan de voorkoming van overgewicht en obesitas betrekt educatie, werken, wonen, sociale omgeving, fysieke activiteit, veiligheid van de woon/speelomgeving, gezondheidszorg, sportaanbod, levensmiddelenaanbod. Zo wordt gezonder eten en meer bewegen gemakkelijker en leuker gemaakt.
De kracht zit in de gezamenlijke aanpak en een eenduidige aansprekende boodschap. JOGG zorgt als paraplu voor samenhang tussen alle verschillende interventies en activiteiten in een gemeente en met name de pijlers publiek-private samenwerking en sociale marketing maken JOGG sterk. Het is een aanpak waarbij alle partijen in een stad, dorp of wijk betrokken zijn, van bedrijfsleven tot onderwijs en van gezondheidszorg tot wijkbestuurder.
Het Centrum Gezond Leven van het RIVM heeft een Loket Gezond Leven met database. In deze database zijn effectieve en goed onderbouwde Nederlandse leefstijlinterventies opgenomen, onder andere voor het tegengaan van overgewicht.
Het CGL heeft erkenningscriteria opgesteld om de interventies te classificeren. JOGG stimuleert gemeenten om interventies aan te melden bij het CGL.
JOGG biedt juist een aanpak gericht op een integraal beleid, waarin lopende interventies en activiteiten gebundeld worden. Door deze bundeling van kennis en het samenbrengen van initiatieven wordt de jeugd pas echt effectief bereikt. Het zorgt als een paraplu voor samenhang tussen alle verschillende interventies en activiteiten in een gemeente.
Een recente studie van Pricewaterhouse Coopers (september 2010) laat zien dat investeren in preventie loont. Wanneer de overheid €795 miljoen investeert, waarmee het percentage mensen met obesitas met 1 procent daalt, staat hier een rendement voor de maatschappij tegenover van ca.240 miljoen euro. Preventie gericht op jongeren levert het grootste rendement op.
TNO (2008) toont aan dat aangeleerd gedrag als kind in verband staat met overgewicht op latere leeftijd, en dat het aanleren van eenvoudige opvoedingsprincipes gunstig is voor het behoud van een gezond gewicht.
In Overvecht in de gemeente Utrecht zijn al goede resultaten behaald: het percentage overgewicht onder de jongeren is in 4 jaar gedaald met 7% (van 27% naar 20%)
Horst (2006) toont aan dat interventies gericht op veranderingen in sociale en fysieke omgeving en het betrekken van gezinnen en scholen van groot belang is voor effectieve preventie. Dit zie je terug in het karakter van het initiatief JOGG: samen in beweging komen voor een gezond gewicht, met een intersectorale aanpak. Een consistente relatie die werd gevonden van sociale omgeving op kinderen was dat de vet-, fruit- en groente-inname van kinderen duidelijk gerelateerd was aan die van de ouders. Ook was de fruit en groente-inname gerelateerd aan de SES van de ouders (Horst, 2006).
Ja. Onder het kopje “Gemeenten” staat het kaartje met alle JOGG gemeenten.
Wanneer een gemeente zich meerjarig wil inzetten voor een gezonde jeugd, kan ze JOGG gemeente worden. Er is een aantal instapcriteria opgesteld en wanneer de gemeente hieraan voldoet, sluit ze een samenwerkingsovereenkomst af met Paul Rosenmöller, de ambassadeur van JOGG. Vanaf dat moment kan de gemeente zich JOGG-gemeente noemen.
De instapcriteria voor gemeenten zijn als volgt. De gemeente:
• gaat een verbinding aan voor minimaal 3 jaar;
• stelt een plan van aanpak op volgens de JOGG-aanpak;
• maakt bij de keuze van de interventies zoveel mogelijk gebruik van interventies die positief zijn beoordeeld door het Centrum Gezond Leven van het RIVM;
• stelt een lokale projectleider aan;
• is bereid haar kennis te delen;
• heeft een informatieplicht over de voorgang van de uitvoering van de JOGG-aanpak richting het JOGG-bureau;
• neemt de Gedragscode en de Communicatierichtlijnen in acht.
Gemeenten zijn wettelijke verplicht preventieprogramma’s uit te voeren voor gezondheidsbevordering. (Artikel 2, Wet publieke gezondheid) Gemeenten hebben dus een lokale verantwoordelijkheid om gezondheid van jeugd te stimuleren. Door JOGG-gemeente te worden, wordt overgewicht effectief tegengegaan. Het is een langjarige aanpak die samen met alle partijen wordt opgezet. Het zorgt als een paraplu voor samenhang tussen alle verschillende interventies en activiteiten in een gemeente. Een fitte bevolking draagt bij aan betere leerprestaties en gezondere werknemers. De gemeente krijgt een positief imago en het profiel van gezonde stad. Daarmee zorgt ze voor een aantrekkelijk werk- en woonklimaat.
Daarnaast profiteert de gemeente van de bijkomstige trainingen, advies en materiaal van JOGG. Bijvoorbeeld over publiek en private samenwerking en over sociale marketing, dat zijn de onderdelen die JOGG sterk maken. De kracht zit verder in de gezamenlijke aanpak en het herhalen van dezelfde boodschap. Op school, op straat, in de supermarkt, maar ook thuis wordt het niet alleen leuker, maar ook makkelijker om gezonder te leven.
JOGG is onderdeel van het Convenant Gezond Gewicht, waarin 27 partijen uit overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties zijn gekoppeld.
Het landelijk JOGG bureau is onderdeel van het Convenant Gezond Gewicht, waarin 27 landelijke (koepel-)organisaties zijn verenigd: organisaties afkomstig uit de overheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. JOGG is een landelijk initiatief dat gedragen wordt door zowel publieke als private partijen zoals het ministerie van Volksgezondheid, de wetenschap (onderzoeksinstellingen), gezondheidsbevorderende instellingen en landelijk opererende bedrijven uit de food-, retail- en verzekeringssector. Het landelijk JOGG-bureau is verantwoordelijk voor de implementatie van de JOGG-aanpak in Nederland. Het ondersteunt gemeenten met kennis, trainingen en communicatiemiddelen gericht op de vijf pijlers. JOGG fungeert als paraplu waaronder al bestaande effectieve activiteiten versterkt worden ingezet. Paul Rosenmöller is de ambassadeur van JOGG.
Het JOGG-bureau ondersteunt gemeenten met kennis, training en communicatiemiddelen op de vijf pijlers. Het JOGG-bureau heeft samen met externe deskundigen een producten- en dienstenpakket ontwikkeld voor gemeenten, de zogenaamde JOGGkit. Dit pakket bevat onder andere stappenplannen, handleidingen en uitleg over trainingen en bijeenkomsten die JOGG organiseert. Ook kan het een quick scan uitvoeren om te analyseren wat een gemeente al doet. Daarnaast worden er trainingsdagen voor de lokale projectleiders georganiseerd en wordt er zoveel mogelijk kennis tussen de JOGG-gemeenten uitgewisseld.
Meer specifiek: Het JOGG-bureau ondersteunt gemeenten op de volgende onderdelen.
• Trainingen. De gemeente begint met een introductietraining waarin de JOGG-aanpak wordt uitgelegd. Daarna wordt de kennis en vaardigheden uitgebreid door midden van intervisie tussen JOGG-projectleiders en concrete trainingen op de JOGG-pijlers.
• Communicatie-middelen. De gemeente heeft de beschikking over nationale communicatiemiddelen voor lokaal gebruik. Voorbeelden hiervan zijn brochures, nieuwsbrieven, logo’s, foto’s en persberichten.
• Advisering en coaching. De gemeente krijgt face-to-face, telefonisch en via het afgesloten deel van de website ondersteuning bij de uitwerking en lokale toepassing van de vijf JOGG-pijlers. Dit gebeurt onder andere via methodes, handleidingen en best practices.
• Verbinden. JOGG bestaat uit een steeds groter groeiend netwerk van partijen en wij brengen gemeenten graag met hen in contact.
Nee, een gemeente dient zelf een lokale projectleider aan te stellen.
Op 4 november 2010 is de handreiking Gezonde Gemeente verschenen als opvolger van de huidige handleidingen lokaal gezondheidsbeleid. Deze handreiking geeft gemeenteambtenaren en lokale professionals van GGD’en, GGZ en Verslavingszorg handvatten om de thema’s roken, depressie, overgewicht, alcohol en seksualiteit, op te nemen in het lokale gezondheidsbeleid én om deze om te zetten in actieprogramma’s. De handreiking is ook geschikt voor andere lokale professionals, zoals medewerkers van de thuiszorg of sportserviceorganisaties. De nieuwe handreiking verschijnt zowel op papier als digitaal. In deze handleiding wordt verwezen naar JOGG en JOGG zal omgekeerd verwijzen naar deze handleiding. De inhoud van het producten- en dienstenpakket, de JOGGkit, sluit goed aan op de inhoud van de Handreiking.
De overheid onderschrijft de JOGG aanpak via ondertekening van het Convenant Gezond Gewicht. In de rijksbegroting voor 2011 staat als doel ’75 JOGG gemeenten in 2015’.
De minister van Volksgezondheid, Sport en Welzijn, de minister voor Jeugd en Gezin en de staatssecretarissen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben het koepelconvenant Gezond Gewicht en het deelconvenant JOGG ondertekend. Zij onderschrijven de JOGG aanpak. Daarnaast is de bestrijding van overgewicht en obesitas via een duurzame lokale intersectorale aanpak via het JOGG programma een doelstelling van de nota Overgewicht (maart 2009). In de rijksbegroting voor 2011 staat als doel ’75 JOGG gemeenten in 2015’.
Minister Edith Schippers van VWS, heeft onlangs in een debat (28/10) over preventie in de Tweede Kamer aangegeven dat ze jongeren een belangrijke doelgroep vindt in haar preventiebeleid, jongeren moeten volgens de minister weerbaar worden gemaakt.
Bijna tweederde van de kinderen die op jonge leeftijd overgewicht hebben, krijgen op latere leeftijd te maken met allerlei ziekten zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en verschillende vormen van kanker. Dit brengt naar schatting € 1.2 miljard zorgkosten met zich mee en in totaal € 2 miljard indirecte zorgkosten en in totaal € 2 miljard indirecte kosten (productiviteitsverlies door ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid enz. (Bron: Nota Overgewicht.) De maatschappelijke kosten van overgewicht en obesitas bedragen thans minimaal 3,2 miljard euro per jaar (nota Overgewicht 2009 van de minister van VWS en de minister van Jeugd en Gezin).
De overheid vindt een gezonde jeugd belangrijk. Dit is een extra drijfveer voor de gemeenten om zich op de publiek en private samenwerking te richten.
De Tweede Kamer ondersteunt dit initiatief. Doelstelling is om in 2015 75 JOGG-gemeenten te hebben Motie Wiegman, TK31 899, nr. 10).
Het mooie is natuurlijk als partijen hun eigen verantwoordelijkheid nemen, en dat zien we nu ook gebeuren. Zowel landelijk, met de landelijke bedrijfpartners, als lokaal. Het gaat er om de krachten te bundelen. JOGG fungeert als een paraplu voor alle goede initiatieven die er zijn. Als partijen niet hun eigen verantwoordelijkheid nemen, heeft de overheid andere maatregelen tot haar beschikking.
Eerder is gesproken over het verbieden van reclame voor kinderen. Partijen binnen de voedingsmiddelenindustrie werken met zelfregulering wat betreft reclame gericht op kinderen. Veel bedrijven gaan ook nog verder dan de afgesproken zelfregulering. Er moet nu in eerste instantie bekeken worden wat de JOGG-beweging oplevert, om de stijging van overgewicht bij jongeren om te zetten in een daling.
Een belangrijke pijler van de JOGG-aanpak is de publiek-private samenwerking. Het bedrijfsleven speelt een belangrijke rol op nationaal niveau. Het JOGG-bureau werkt samen met zes landelijke partners om de doelstellingen van JOGG tot een succes te maken. Ze leveren communicatiekracht, dragen financieel bij en bieden hun kennis en netwerk aan. De partners trekken samen op om gezond gewicht, als onderdeel van een gezonde leefstijl, van jongeren te bevorderen. De samenwerkingspartners hebben beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en zijn zichtbaar actief op het gebied van gezondheid. Op lokaal niveau werken gemeenten samen met lokale bedrijven.
De landelijke partners zijn:
In andere landen zijn Ferrero, Unilever, Orangina Schweppes en Carrefour partners van de lokale Epode-aanpak. In Nederland hebben we gekozen voor samenwerkingspartners die hun beleid richten op maatschappelijk verantwoord ondernemen en die zich actief richten op gezondheid.
• In Belgie zijn dit Ferrero, Unilever en Orangina Schweppes.
• In Spanje zijn dit Nestle, Ferrero, DKV (Seguros Médicos) en Orangina Schweppes
• In Griekenland zijn dit Carrefour, Ferrero en Nestlé
Publiek-private samenwerking houdt in het samenwerken van gemeenten met private partijen om gezonde leefstijl van jongeren te bevorderen. Een private partij kan een bijdrage leveren in de vorm van inhoudelijke expertise, communicatiekracht, netwerken en financiering.
Voorbeelden zijn: De bakker kan zijn volkorenbrood promoten, de supermarkt groente en fruit en een sportwinkel kan een sportabonnement aanbieden. Grotere bedrijven kunnen daarnaast zitting nemen in een stuur- of werkgroep, meedenken over de communicatiestrategie of meewerken door het leveren van “handjes”.
Een bedrijf draagt bij aan JOGG omdat ze een gezonde leefstijl voor jongeren belangrijk vindt. Zij doen dit vanuit hun beleid op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Ze mogen de naam JOGG niet koppelen aan de commerciële verkoop van producten en diensten.
Ze doen het vanuit MVO-beleid, Levert een positief imago, interessant (internationaal) netwerk en kennis (onderzoek, sociale marketing).
Waar mogelijk werkt JOGG samen met maatschappelijke organisaties zoals het Voedingscentrum, het NISB, NIGZ, GGD Nederland en de Hartstichting en maakt gebruik van hun expertise en netwerk.
De bedrijven die officieel partner zijn geworden van JOGG financieren een groot deel van JOGG. In 2010 was dit €25.000 en in 2011 zal dit € 50.000 per partner zijn. De bijdrage van gemeenten is €10.000,- per jaar. Gemeenten met minder dan 50.000 inwoners betalen echter de helft: €5.000,-.
Nee, de gemeente dient zelf zorg te dragen voor de financiering van JOGG op lokaal niveau.
Zeker. Lokale ondernemers kunnen de JOGG-beweging ondersteunen door bijv. gezonde voeding en beweging onder jongeren te stimuleren. De bakker kan zijn volkorenbrood promoten, de supermarkt groente en fruit en een sportclub kan een sportabonnement aanbieden. De kracht zit in de gezamenlijke aanpak en een eenduidige aansprekende boodschap. Het landelijk JOGG-bureau adviseert over deze publiek-private samenwerking.
Wilt u zich aansluiten bij de JOGG-beweging of meer informatie? Neem dan contact op met het JOGG-bureau in Den Haag: tel 070-3184405.